FAQ items aan het laden...

Onderzoek bij astma

//Onderzoek bij astma
Onderzoek bij astma 2017-10-13T09:56:45+00:00

Om een goede behandeling te kunnen starten, is het van belang om een goede diagnose te stellen. Er zijn verschillende onderzoeken die een dokter kan gebruiken.

Lichamelijk onderzoek

Tijdens het bezoek zal de dokter een lichamelijk onderzoek verrichten. Er wordt niet alleen naar de longen geluisterd, er wordt ook gekeken naar de manier van ademen, de bewegingen van de ribben, het gebruik van ademhalingsspieren, de gezondheid van de neus- en keelamandelen, of er wel of geen tekenen van hooikoorts zijn aan de neus of ogen en hoe de conditie van de huid is.

Allergieonderzoek

Onderzoek naar een allergie voor voedsel of voor deeltjes in de lucht kan worden verricht via bloedonderzoek of via een huidpriktest. De uitslag toont aan of het lichaam een reactie heeft ontwikkeld nadat stoffen contact hebben gemaakt met de slijmvliezen van de darmen of longen. Dergelijke testen laten zien of er een reactie aanwezig is in het bloed of in de huid, maar dat betekent nog niet dat er in de long ook een (heftige) reactie zal plaatsvinden. Met andere woorden: het hebben van een allergie betekent niet altijd dat er ook astma is!

Een bekend voorbeeld zijn de allergie-uitslagen voor voedsel: misschien heb je er als peuter of kleuter wel last van gehad, maar na verloop van tijd verdwijnen veel van deze allergieën. Op de puberleeftijd kan de bloeduitslag nog steeds op een (mogelijke) allergie wijzen, maar in de praktijk helemaal geen betekenis meer hebben. Een allergie voor gras- of boompollen kan via het bloed worden aangetoond, maar vaak zijn er alleen klachten van de neus en/of ogen en geen astmatische klachten door die pollen.

Longfunctieonderzoek

Spirometrie: Met relatief eenvoudig onderzoek van de zogenaamde ‘longfunctie’ kan de diagnose van astma ondersteund of gesteld worden. Omdat de longfunctie in een stabiele fase, met goede astmacontrole, helemaal normaal kan zijn, is het interessant en nuttig om de longfunctie te meten (voor en na een luchtwegverwijder) in een periode met de typische klachten/verschijnselen. Longfunctieonderzoek vereist een goede en gecontroleerde ademhaling, daarom wordt het pas vanaf de leeftijd van ongeveer 5 á 6 jaar verricht. Er moet diep ingeademd worden en vervolgens met kracht helemaal uitgeademd worden, waarbij de luchtstroom wordt gemeten. Bij astma is de uitademing vaak belemmerd door vernauwing van de luchtwegen. Je dokter kan uitleggen wat de resultaten van het longfunctieonderzoek voor betekenis hebben.

Meting van de luchtwegprikkelbaarheid: Ander onderzoek van de longen om de diagnose astma te ondersteunen is wel mogelijk maar ongebruikelijk en meestal niet nodig. Een bekend voorbeeld daarvan is de meting van de luchtwegprikkelbaarheid. Hierbij wordt onderzocht hoe snel (bij welke dosis of concentratie van een ingeademde stof, histamine of methacholine) er wordt gereageerd met een verslechtering van de longfunctie. Dit is de betrouwbaarste techniek om na te gaan of er sprake is van prikkelbare luchtwegen. Als de luchtwegen abnormaal prikkelbaar zijn, past dat bij actief astma. De prikkelbaarheid van de luchtwegen kan verminderen wanneer een onderhoudsbehandeling met inhalatiecorticosteroïden gebruikt wordt, maar ook door een langere tijd de prikkels te vermijden waarvoor een allergie bestaat. De prikkelbaarheid neemt toe na blootstelling aan sigarettenrook en allergenen, of door virale luchtweginfecties. De prikkelbaarheidtest is niet een test die vaak wordt uitgevoerd en je voelt je er vaak vervelend door.

Meting van stikstofmonoxide (NO) in uitademingslucht: Bij een relatief nieuw soort onderzoek bij astma, wordt de stof stikstofmonoxide in de uitademingslucht gemeten. NO is een stof die onder andere geproduceerd wordt in de luchtwegen. Bij iemand met astma en allergie is de hoeveelheid  NO in de uitademingslucht meestal verhoogd. Door de ontsteking in de longen wordt er meer NO geproduceerd en dus uitgeademd. Het meten van NO kan handig zijn voor het stellen van de diagnose astma, maar ook om de ziekte in de loop van de tijd goed in de gaten te houden. Wanneer astma onrustig is, of wanneer de hooikoortsklachten opspelen, zal de hoeveelheid uitgeademde NO hoger zijn. Tijdens een rustige fase met goede astmacontrole, door bijvoorbeeld een effectieve onderhoudsbehandeling, zal de hoeveelheid NO  lager worden en meestal normaal zijn. De kans op astmaklachten wordt dan kleiner.